Allerliefst jongetje.Je had zoveel levensvreugde, je had zoveel plezier, ook al hadden jullie het niet makkelijk. Altijd maakte je wel weer een grapje en relativeerde zo de armoede. Altijd stond je klaar, om je ouders en andere mensen te helpen. Nu kun je niemand meer helpen en niemand kan jou meer helpen. Niemand kan je vader nog troosten, die jou kus na kus geeft, misschien in de hoop dat je toch nog tot leven komt. Hij kijkt je aan met liefde, die heel diep van binnen komt.
Klein meisje, je bent zo mooi, met je eerlijke, kinderlijke uitstraling. Nog steeds heb je die prachtige uitdrukking op je uitgemergelde gezicht. Je moeder draagt je, je hangt slap in haar armen. Ze houdt je dicht tegen zich aan gedrukt, ze wil je niet kwijt...ook al moet ze je waarschijnlijk toch laten gaan.
Verwarrend teer poppetje, beginnend te groeien in de buik van mijn dochter. Je bent te vroeg; of toch niet?
Jouw moeder heeft de taak de moeilijkste beslissing in haar leven tot nu toe, te maken. Zal ze het aankunnen: je verzorgen, voor je zorgen en je liefhebben? Zal ze het aankunnen, de eerste tien jaar geen tijd voor zichzelf te hebben?
Zal ik het aankunnen, na achttien jaar opeens weer een klein mensje in huis. Zal ik het aankunnen, mijn vrijheid voor een groot gedeelte op te geven?
Je maakt ons radeloos, onzeker en paniekerig .
Maar wie zijn wij, om je zomaar weg te sturen?
Lieve kerstgroeten, Clarissa.
Illustraties: www.beapeter.nl







