Hugo Smienk (1964) schrijver van diverse romans en nu werkzaam aan zijn vijfde boek: The Fat Buddha – een Bildungsroman - reist momenteel door India als onderdeel van zijn nu alweer meer dan 15 maanden durende spirituele reis. Gedurende zijn verblijf daar zoekt hij naar die kleine gebeurtenissen die het leven van alledag dat verlichtende momentje geven. Hugo's snelle, beeldende, entertainende schrijfstijl staat garant voor een onderhoudend en vrolijk leesavontuur.
Nou ja, dat klinkt weer vreselijk over de top, maar de waarheid is dat het best wel eens werkelijkheid zou kunnen worden. Wat is er gebeurd? Een bevriend stel is vandaag aangekomen in Goa. Zij is een heerlijke spraakwaterval en woont met haar man in Berlijn. Al pratende komt mijn dakloos(heid) op tafel en het blijkt dat er in die geweldige stad Berlijn ruimtes gehuurd kunnen worden voor bedragen die zelfs ik, klaploper pur sang, me kan veroorloven, mits ik ergens een bronnetje van slappe was weet aan te boren.
In Goa is de ontmoetingsplaats voor velen de goed georganiseerde beach shack met de naam Hawaii. Veel van de toeristen die hier komen zijn vrijgevochten gasten die jaarlijks India aandoen. Sommige van hen reizen van land naar land zonder terug te keren naar huis! Vorig jaar was deze groep me al opgevallen en heb hen toen, net als nu, goed geobserveerd. De vraag die mij bezighoudt: Kan ik hier iets van leren? Waarom doen deze mensen dit? Willen ze echt in vrijheid leven? Of zit er iets anders achter?
Al snel wordt me duidelijk dat de meesten inderdaad genoeg hebben van regelgevingen en weersomstandigheden en dergelijke in het westen, maar dat is volgens mij niet alles. Er is ook iets anders wat ik waarneem, iets wat ze nooit direct vertellen, een andere reden waarom ze dit bestaan als bohémien leiden. De rode draad die volgens mij door al die levensverhalen loopt is... pijn, een kwetsuur opgelopen in het leven waardoor zij zich niet meer willen committeren aan de maatschappij. Dat dit waarschijnlijk een van de drijfveren is, is natuurlijk onplezierig, maar ik neem daarnaast nog iets anders waar: een geforceerd vasthouden aan dit vrije leven. Ook al lijkt het voor velen een heerlijk bestaan om op deze wijze door het leven te gaan, het besef van eenzaamheid is groot. Dit type reiziger doet er alles aan om aan de buitenwereld te laten zien dat ze absoluut gelukkig zijn. Toegegeven... ooit was deze lifestyle een droom van mij. Ooit, toen ik nog niet door had dat de beloning van reizen ergens anders ligt.
Ik realiseer me dat mijn waarneming van deze groep reizigers een spiegel is. Als ik erin kijk, schrik ik van wat ik zie en zeg tegen mezelf: Dit wil ik niet, absoluut niet, ook al is mijn verlangen groot om vrij te zijn, te reizen, maar om van dit alles te kunnen genieten weet ik ondertussen dat er een belangrijk ander element nodig is.
Als ik terugdenk aan de woorden die Kennedy uitsprak (en voor de duidelijkheid, ik was toen nog lang niet geboren) en tracht te achterhalen wat hij bedoelde toen hij zei "Ich bin ein Berliner", kan ik niet anders dan concluderen dat ieder mens recht heeft op zijn of haar vrijheid en recht heeft op veiligheid, en recht heeft op een dak boven zijn hoofd. En dat laatste is nou precies de plek waar iedere reiziger zijn beloning beleeft.
Kijk ik vervolgens naar de eeuwige reizigers om me heen, dan denk ik dat zij de plank misslaan om het voorrecht van een huis op te geven. Voor mij geldt nu dat niets mooiers is aan reizen dan weer thuiskomen. En wie weet beland ik eenmaal in Europa wel in Berlijn. Om daar te mogen wonen.
Reizende groet,
Hugo







